Scrol om te ontdekken  

Helix_FH_Illustration_Outro

Dagboeken van Heidevenen II

10-06-2019 09:00

DAGBOEKEN VAN HEIDEVENEN

Ridders, Vikingen, samoerai. Jullie acties in de factieoorlog hebben de wereld van For Honor vormgegeven.

Het is nu tijd om de grootste gevechten uit de factieoorlog opnieuw te bekijken door de lens van de vele helden die erin gevochten hebben.

Ontdek hoe je beslissingen uit het verleden geschiedenis hebben geschreven in de Heidevenen.



GEBEURTENISSEN FACTIEOORLOG

De samoerai verrasten iedereen tijdens seizoen 9, campagne 1 van For Honors Factieoorlog. Het Moeras werd gedomineerd door de Vikingen, totdat de samoerai het tij keerden in gevecht 4. Vanuit Dode schaduw begonnen ze al hun gebieden terug te veroveren, marcheerden ze naar het noorden en verlegden ze hun grenzen tot Chiffer in gevecht 15. De tweede editie van de Dagboeken van Heidevenen geeft meer details over een van de grootste comebacks in de geschiedenis van de Heidevenen en laat zien hoe een Shugoki nieuwe krachten kreeg die de hele factie vooruit hielpen.

AFBEELDINGEN FACTIEOORLOG


VOOR


NA



SCHADUWEN VAN DE HITOKIRI

DAGEN 11-13, CMXXII A.L.

... Toen kwam een enkele, lange Hitokiri
Met een gigantische masakari.
Ze was gekomen om Ryoshi te straffen,
Een kwaadaardig hart, gewikkeld in geheimzinnigheid.

Maar de doden stonden op en Ryoshi barstte in lachen uit.
Een bloem viel en zijn glimlach verdween.

Fragment van een samoeraigedicht.


De Himnar-clan was al weken vermist. Na een groot gevecht in het Geitenbos wisten de Vikingen niet meer waar ze waren. Iedereen verloor hoop dat ze ooit gevonden zouden worden. Iedereen, behale Kara, die vastberaden bleef om ze te vinden. De leider van de Himnars, een Krijgsheer genaamd Berimund, was degene die haar had geïnspireerd om een Walkure te worden. Hij was ook een koppige oude beer die velen had overleefd, inclusief de Zwartstenen.

Tot Kara's grote verrassing vond ze hem niet in het Moeras, maar ver in het noorden bij de poorten van de citadel van Grunnfjord. Hij was niet meer de dappere, heethoofdige krijger waar Kara altijd mee ruziede, maar was een schim van zichzelf. Het gezicht van de Krijgsheer was getekend door angst en hij kon nauwelijks praten. De Walkure nam haar beste genezers mee om hem te redden. Uiteindelijk kwam de Krijgsheer weer een beetje bij bewustzijn en vertelde hij een verontrustend verhaal...

DE KRIJGSHEER

De aanval op het Geitenbos was een groot succes. De Vikingen van Berimund hadden de samoerai vermorzeld, ondanks de heftige storm die het slagveld had doorweekt. Slechts een paar vijanden overleefden en vluchtten naar het oosten, naar Dode schaduw. De Krijgsheer was vastberaden om snel af te rekenen met de laatste overlevenden en terug naar het noorden te gaan voor een van zijn beroemde feesten.

Berimund en zijn krijgers trokken naar het kleine, verlaten dorp Kaidan in Dode schaduw. Hier heerste angst sinds een Hitokiri alle bewoners had afgeslacht. Het gerucht ging zelfs dat de Hitokiri een 'geest des doods' was geworden en een verboden kracht had aangeroepen. De Krijgsheer geloofde niet in dat soort verhalen. Toch bleef hij op zijn hoede. Hij liet zijn krijgers de pagodes doorzoeken, maar ze leken allemaal leeg. De Vikingen voelden een koude rilling en Berimund greep zijn schild stevig vast, zoekend naar meer aanwijzingen. Hij zag alleen dode bomen, verweerde standbeelden... en rook de geur van lichamen en bloemen, tegelijk aanlokkelijk en misselijkmakend.

Een verkenner wees naar de bomen. Kleine, roze knoppen verschenen aan de takken. Plotseling kwamen ze op een onnatuurlijke manier uit. Opeens draaiden de bloemen, lieten ze los, vielen ze naar de grond...

... en veranderden ze in puur bloed.

Bloedrode poelen stroomden naar de verkenner, die verstijfd was van angst. Berimund schreeuwde kwaad zijn bevelen. De vreemde bloemen, het bloed... het was gewoon een illusie van de samoerai. Een wanhopige poging om de Vikingen weg te jagen...

Plots kwamen duistere silhouetten uit de schors van de bomen zetten. Hun spookachtige ogen gingen wijd open. Hun verwrongen monden schreeuwden het uit. Een voor een veranderden ze in vlees en bloed, een leger van ondode samoerai.

De dood maakte hun aderen zwart en hun huid spierwit. Een gigantische, ondode Shugoki tilde zijn kanabo op en vermorzelde de verkenner, die als een verfrommeld blaadje op de mistige grond neerviel. De noorderlingen raakten in paniek, maar Berimund vertikte het om dit soort onzin te geloven. Die samoerai mochten zijn krijgers niet verwarren met wrede trucjes. De oude Viking trok zijn zwaard en keek de griezelige Shugoki recht in de ogen. De samoerai schreeuwde wild en stormde op de Krijgsheer af, die de aanval simpel ontweek. Berimund gebruikte de opening om de Shugoki omver te werpen en stak zijn zwaard in de borstkas van zijn tegenstander. Hij ramde met zijn schild op zijn zwaard en riep zijn krijgers op om zijn voorbeeld te volgen. De samoerai waren geen onoverwinnelijke geesten, maar gewoon wat gekken die verwarring zaaiden!

De Shugoki stond echter weer op. Hij haalde het zwaard van de Krijgsheer uit zijn ongedeerde borst, alsof hij een simpel takje vasthad. Hij greep Berimund bij de keel en fluisterde met griezelige stem...

------

“Ryoshi! Ryoshi…”

De Krijgsheer pakte Kara's arm vast. Heel kort werd zijn huid wit en zijn aderen donker. De Walkure schrok en duwde Berimund weg, maar de symptomen trokken snel weer weg en de oude man viel stil.

Berimund was dood.

Kara ging wekenlang op zoek naar meer informatie over de Slag bij Kaidan en vond nog een getuige. Ami, een jonge soldaat van de samoerai, had haar eigen clan verlaten na de dingen die ze zag in dat dorp...

DE DESERTEUR

De jonge Ami was een van de gelukkige soldaten die het gevecht in het Geitenbos had overleefd. Toen ze hoorde dat ze in Kaidan zouden schuilen, vreesde ze echter voor het ergste. Voor zover ze wist was geen enkele samoerai naar het dorp gegaan sinds Sakura's slachting.

Ami stelde zich een nachtmerrie van een dorp voor, vol met de oude lijken van de slachtoffers van de Hitokiri. In plaats daarvan zag ze een vredig plaatsje, zonder een enkel spoor van het geweld. Een dichte mist dempte elke voetstap van de samoerai terwijl ze door de lege straten liepen. Een vredig briesje waaide langs de papieren lantaarns in de bomen. Tot Ami's verbazing begonnen ze allemaal te gloeien toen de samoerai voorbij liepen.

Opeens zagen ze een horde intimiderende krijgers. Vikingen.

De samoerai hergroepeerden zich. Ami voelde de angst door haar lichaam gieren terwijl ze Berimund en zijn krijgers op zich af zag komen. Ze keek naar haar leider: zijn kracht zou haar moed geven. Het was Okuma, de beste Shugoki van de Minamoto-clan. In het Geitenbos had hij zijn leven gewaagd om zijn troepen te beschermen. De samoerai waren in de minderheid in Kaidan, maar Okuma stond weer klaar, vol trots en vastberadenheid. Ami volgde zijn voorbeeld en trok haar zwaard. Ze zwoer dat ze haar kameraden niet in de steek zou laten. Ze zou vechten en eervol sterven.

Toen kwamen de geesten.

Zowel de Vikingen als de samoerai stonden aan de grond genageld terwijl ze uit de bomen verschenen. Donkere silhouetten wervelden in de mist en fluisterden onheilspellende vloeken in ieders oor. Het waren de geesten van Sakura's slachtoffers. Ami haalde diep adem en sloot haar ogen. Zo had ze zich haar dood niet voorgesteld. Gedood worden door wraakvolle geesten, terwijl ze pas een week voor de Minamoto-clan vocht... tenzij ze voor eeuwig in een samoerai-hel zou worden gevangen...!

Maar de geesten vielen de samoerai niet aan. Ze draaiden zich om en oogstten de zielen van de Vikingen. Een voor een vielen de vijanden doodstil op de stoffige grond en veranderden ze in vreemde wolken zwarte rook.

Alleen Berimund leek zich te verzetten tegen de spookachtige krijgers, die zich uiteindelijk verzamelden...tot een enkele krijger van vlees en bloed, met twee zwaarden. De krijger ging razendsnel op Berimund af en fluisterde iets dat Ami niet kon horen. Maar zijn schaduw was...

------

Plotseling werd Ami's huid wit en haar aderen donker. Ze greep de arm van de Walkure en schreeuwde:

“Ryoshi! Hij komt!"

De stem van de samoerai begaf het. Ze viel levenloos op de grond.

Kara was vastberaden om het mysterie van Kaidan op te lossen en stuurde spionnen om meer te weten te komen over de Shugoki Okuma. Ze ontdekte dat hij in een paar weken tijd een groot deel van Valkenheim had veroverd met maar een handjevol samoerai. Volgens de geruchten waren zij 'bezeten'. De Shugoki stond met zijn leger nu aan de poorten van de vesting van Chiffer. Kara moest echter nog een laatste getuigenis horen, voordat ze met hem vocht. Niet van een samoerai of Viking, maar van een eenzame schattenjager genaamd Eric...

DE SCHATTENJAGER

Het Masker van Ryoshi. Toen de oude Eric daarover hoorde, wist hij dat dit de laatste schat was die hij nodig had om zijn droom te verwezenlijken. Met de grote hoeveelheid staal die hij zou verdienen, kon hij de Phoenix Fire-taveerne voor zichzelf kopen...

Hij dronk talloze pullen bier met een gedeserteerde samoerai, een vreemde Shaolin-monnik en een dwalende ridder om te achterhalen waar het Masker was. Hij zou verstopt zijn in een schrijn in het kleine dorpje Kaidan. De oude Eric ging er alleen heen - hij was niet iemand die zijn winsten wilde delen. De spanning nam toe terwijl hij door de stille steegjes van het verlaten dorp slenterde. Hij wist alles van de angstaanjagende verhalen over Kaidan, maar hij was dolblij. Wie zou het aandurven om z'n dorp in te gaan, vervloekt door de voormalige leider die in een spook veranderde door zijn vreemde masker? Alleen een ervaren schattenjager zou gek genoeg zijn om de mysteries van Kaidan te ontrafelen.

Eric doorzocht de pagodes, maar hij vond alleen hopen stof. Niet eens wat gerijpt bier of lekker voedsel om zijn lege maag te vullen. Niks dat leek op zijn toekomstige maaltijden in de Phoenix Fire-taveerne, met gemarineerde varkenslapjes, gevulde kool en wat Phoenix Fire-mede...

Terwijl hij dagdroomde over die lekkernijen, struikelde de schattenjager over een steen en viel hij neer voor de ingang van een grote schrijn. Het geluk lachte hem toe. Het grote, onheilspellende standbeeld voor hem was precies wat de krijgers hadden beschreven. Het was de schrijn van Ryoshi!

Terwijl hij het altaar van de schrijn doorzocht, hoorde hij een luide echo achter zich.

Een gevecht. Alweer. Eric bewonderde krijgers van alle facties, maar hij wou dat hij ze niet zo vaak tegenkwam tijdens het schattenjagen. Hij rende een verlaten pagode in en keek door een raam. Samoerai en Vikingen vochten genadeloos met elkaar in het dorp. Eric bleef een tijdje kijken en zag toen een vreemd silhouet in de verte. Een eenzame krijger met twee zwaarden, gevolgd door een vreemde schaduw...

Het was Ryoshi. De voormalige leider van Kaidan en het eerste slachtoffer van de Hitokiri.

Ryoshi stormde over het slagveld en alle samoerai en Vikingen vielen in een diepe slaap. Eric voelde zich ook moe, maar vocht tegen de slaap en zag hoe de spookachtige krijger naar een grote Shugoki liep. Ryoshi mompelde iets dat Eric niet kon horen. De Shugoki schrok wakker, zijn huid wit en zijn aderen donker. De rest van de samoerai stond op en Ryoshi verdween.

Het was alsof de samoerai waren bezeten door een bovennatuurlijke kracht. Razendsnel slachtten ze alle Vikingen af... en de arme Eric rende weg, zo snel als hij kon.

------

De schattenjager rilde en kon niet meer verder praten. Kara gaf hem een hoop staal voor zijn waardevolle verslag. Het zou niet genoeg zijn om de Phoenix Fire-taveerne te kopen, maar het was een goed begin...

De Walkure riep haar beste krijgers en bereidde zich voor op het gevecht. Ze zou Berimund wreken en de kwaadaardige samoerai uit Valkenheim verdrijven. Of Okuma en zijn krijgers nou gek waren, gezegend of vervloekt door de Hitokiri... ze moest er zelf achterkomen op het slagveld.

Wil je reageren op dit artikel?

Praat mee op de officiële Ubisoft-forums van For Honor.

Nu lid worden